Een zonnepark met meerwaarde voor de omgeving

Rudy Snel, voorzitter Energiecoöperatie Cranendonck

Draagvlak, hoe organiseer je dat?

‘Zonder draagvlak geen energietransitie’, een veel gehoorde uitspraak in de politiek. Maar hoe organiseer je dat? In het Klimaatakkoord is afgesproken dat iedereen moet kunnen meedoen en meedenken bij realisatie van plannen voor hernieuwbare energie. Dat geldt zeker voor de ontwikkeling van grootschalige zonneparken. Solarfields – marktleider voor grondgebonden zonneparken in Nederland – is bij de ontwikkeling van hun parken niet anders gewend en zoekt dan ook actief samenwerking met lokale energiecoöperaties.

Finn Boeije is projectleider bij Solarfields: “Gelijkwaardigheid is de basis onder die samenwerking en wij denken dat energiecoöperaties waarin omwonenden zich verenigen, cruciaal zijn voor het succes van onze projecten. Niet alleen verloopt de ontwikkeling hierdoor soepel, we krijgen er betere zonneparken van, die écht welkom zijn.”

“50% Lokaal eigendom, dat is gemakkelijk gesteld, maar daar moet je een hoop dingen voor doen. Financieel, juridisch, afdekken van risico’s… Hoe breng je vrijwilligers en professionals bij elkaar? Hoe kunnen we de structuur flexibel genoeg houden om rekening te houden met specifieke omstandigheden? We gaan verschillende werelden bij elkaar brengen.”
– Rudy Snel, voorzitter Energiecoöperatie Cranendonck

Lokaal eigendom zonnepark

Gelijkwaardigheid wordt politiek vaak direct vertaald naar ‘50% lokaal eigendom’. Volgens Boeije is dat zeker een goed streven waaraan Solarfields graag meewerkt. Maar er is meer. “Gemeenten denken vaak ‘50% lokaal eigendom = 100% draagvlak’. Dat is niet persé zo. Participatie is niet alleen financieel. Het gaat ook over de manier waarop een park in het landschap past, hoe we zorgen dat de overlast beperkt blijft en de lokale gemeenschap meeprofiteert.”

De eigendomseis van gemeenten stuit bij veel ontwikkelaars op weerstand. Logisch, want de helft van de boekwinst van een park gaat voor hen verloren. “Toen duidelijk werd dat die eis niet afgedwongen kan worden en meer een streven is, hebben we toch besloten om hier geen punt van te maken en er gewoon voor te gaan”, zegt Boeije. ”We merken dat het maatschappelijk gezien wenselijk is en het past goed bij onze aanpak van participatie bij projecten. In onze overeenkomsten geven we coöperaties nu zelfs de mogelijkheid
om op verschillende momenten in te stappen.

Lusten én de lasten

Gelijkwaardigheid betekent ook vanaf het begin meedenken en meebeslissen. Dus al op het moment dat een gemeente de ontwikkelaar toestemming geeft om een zonnepark te ontwikkelen. Lokaal eigendom is ook – naar rato – delen in de lusten én de lasten. Juist in die beginfase kunnen de kosten voor zaken als planontwikkeling en leges in de tienduizenden tot tonnen euro’s lopen. Investeringen waarvoor de net opgerichte energiecoöperatie meestal de financiering nog niet rond heeft.

Boeije: “Naast de advieskosten voor de vergunningsaanvraag, zijn de leges gemiddeld 2% van de investering. Door de capaciteitstekorten op het net doen we tegenwoordig vaak al een aanvraag voor de netaansluiting voordat we de vergunning hebben. De aanbetalingen daarvan lopen ook in de tienduizenden euro’s, met een flink risico. Wij hebben dan ook al de kosten gemaakt voor het contract met de locatie-eigenaar.”

Cranendonck

In het Brabantse Cranendonck wordt doorgepakt. Rudy Snel is er voorzitter van de lokale energiecoöperatie: “Toen de gemeente aangaf dat 50% lokale deelname een eis was, heb ik gevraagd of ze dan ook wilden aangeven hoe dat dan moest. Het antwoord was een beroep te doen op de creativiteit van de ontwikkelaars. Dat gaat natuurlijk niet werken.”

Snel – voormalig verandermanager – brengt zijn ervaring met andere energiecoöperaties in, en maakt zich sterk voor professionalisering van de participatie. Hij voorziet een model voor een werkwijze die in heel Brabant – en wellicht verder – kan worden gebruikt.

“In deze regio zijn 21 energiecoöperaties actief waarvan Cranendonck er één is. Twee jaar geleden besloten we samen te werken (Federatie Energiecoöperaties Zuidoost Brabant) omdat de Regionale Energiestrategieën (RES’en) in aantocht waren. En dat was maar goed ook, want we zien nu een hausse van zonneparken op ons afkomen. Alleen al in de gemeente Cranendonck zijn dat er vier waarvan Solarfields er één ontwikkelt. Als die eis van 50% lokaal eigendom ook nog boven water komt, dan moét je wel een professionele opstelling kiezen. Anders kom je er niet. Van de samenwerking met Solarfields leren hoe we ons moeten opstellen en dat we een serieuze partij zijn. Het is vaak genoeg andersom gegaan. Er werd dan gezegd dat ze zich ingespannen hadden voor lokale participatie, maar dat ’t helaas niet gelukt was. Dat moet niet en het hoeft niet. Professionalisering van de coöperaties helpt om dat te voorkomen.”

“Het is vaak nog een zoektocht voor alle partijen. Gemeenten zien nieuwe processen ontstaan met meerdere ontwikkelaars. Coöperaties gaan ontdekken wat hun rol precies is, Wij helpen met kennisontwikkeling.”
– Finn Boeije, projectleider Solarfields
Finn Boeije

Belangrijke rol voor gemeente

De financiering van de coöperatie is inmiddels geregeld met hulp van de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij en het Energiefonds Brabant. “Ik heb van het begin af aan gezegd: ‘burgers grote risico’s laten dragen, dat kan niet’. Daar moesten we dus een modus voor vinden. Het is een heel gezoek geweest, maar het is wel gelukt. De gemeente Cranendonck heeft daarbij een belangrijke rol gespeeld,” vervolgt Snel. “Door duidelijk beleid te maken. Hoe vager dingen omschreven zijn, hoe meer vragen je achteraf krijgt. Bijvoorbeeld de participatie: Vanaf welk moment? Vanaf het begin – met volle zeggenschap – of als het park wordt opgeleverd met uitgifte van aandelen? Maar ook over de vormgeving en het beheer van het park en wie als omwonenden worden gezien. Dat is ook eerlijker naar de projectontwikkelaar. Als die een bod wil doen, moeten ze weten wat de gemeente precies voor ogen heeft.”

‘We komen er wel uit’

Boeije: “Het gemeentebeleid zit goed in elkaar. Dus wij hadden zoiets van ‘we komen er wel uit’. In Cranendonck zijn we aan de slag gegaan terwijl de samenwerkingsovereenkomst – in afwachting van de financiering – nog niet eens getekend was. We zijn om tafel gaan zitten en hebben uitgelegd hoe we dit normaal gesproken doen. Eerst keukentafelgesprekken met de direct aanwonenden, daarna een algemene informatieavond en verder in overleg met de omgeving. In Cranendonck houden we een straal van 250 meter rond het zonnepark aan. Mensen die verder wonen zijn vertegenwoordigd via de dorpsraad. Dat is nu allemaal door de energiecoöperatie opgepakt. Het scheelt ons werk en mensen worden benaderd door iemand die uit de regio komt. Wij nemen dan weer het voortouw bij de verdere financiering en de praktische invulling van de plannen. We moeten natuurlijk eerst presenteren wat ons idee is, maar daarna is het is vooral belangrijk om niet te zenden maar goed te luisteren. Kom maar met vragen en suggesties.”

Zonnepark Oranje Nassaulaan

Meerwaarde voor omgeving

De coöperatie maakt de verslagen die in het participatieplan komen. Iedereen die een gesprek heeft gehad ontvangt daarvan een kopie. Vervolgens wordt gezamenlijk gekeken hoe het park landschappelijk en sociaal het beste kan worden ingepast. “Dit is het moment waarop men kan aangeven wat de wensen zijn,” zegt Boeije. “In Cranendonck speelt bijvoorbeeld een probleem met de waterstand. De naastgelegen frisdrankfabriek Refresco pompt veel water op. Dat doet iets met de grondwaterstand terwijl er ook sprake is van verdroging. Binnenkort zit ik bij het Waterschap om te kijken wat we kunnen doen om een positieve bijdrage te leveren aan de waterhuishouding. Maar het kan ook veel simpeler zijn. Er wordt veel gerecreëerd dus we hebben een wandelpad extra gepland. Daar zijn de meningen nog over verdeeld. We noteren alles en kijken wat we ermee kunnen doen.”

Belangrijke rol voor coöperatie

Snel ziet juist daar een belangrijke rol weggelegd voor de coöperatie: “Participatie is meebeslissen over de inrichting maar óók over de businesscase en delen in de revenuen. Je kunt wel heel veel willen, maar dat gaat ten koste van de opbrengst. Ik zie het zo dat we dit in goed overleg met de gemeente gaan doen. Ik kan me voorstellen dat er straks een algemeen inzetbaar deel is, dat niet rechtstreeks aan het park gekoppeld is en de besteding van een specifieker deel van de opbrengst waarin de mensen die het betreft een grote stem hebben.

Mijn persoonlijke mening is dat de revenuen altijd ingezet moeten worden voor de energietransitie. De gemeente kan er dus geen tekorten mee aanvullen. Andersom zou de coöperatie kunnen besluiten om het aan een buurtfeest te besteden. Dat vind ik dus niet. We zijn bezig om hiervoor de kaders op te stellen. Coöperaties kunnen daarbij veel van elkaar leren, want dit speelt natuurlijk overal. Die droogte bijvoorbeeld is een grensgeval. Ik zou eerst willen weten hoe het komt. Heeft het te maken met het klimaat, dan ligt er een koppeling. Als het Refresco is, dan horen daar ook de kosten thuis. Het moet te allen tijde verdedigbaar zijn.”

Zakelijke inbreng

Boeije: “Solarfields is bewezen succesvol in het realiseren van zonneparken. We weten de weg in subsidie- en overheidsland en krijgen projecten van de grond. We hebben ervoor gekozen om midden in de maatschappij te staan en dit op een goede manier te doen. Vergeet niet dat wij straks ook het beheer doen – anders dan ontwikkelaars die er voor de harde knaken inzitten en het park na realisatie doorverkopen. Wij willen voor minimaal de komende dertig jaar een partij zijn waar duurzaam Nederland mee te maken heeft.”
Snel maakt graag gebruik van Solarfield’s expertise en ervaring. Hij is vooral blij met de open houding: “Daar komen we heel ver mee. En ook de inbreng van zakelijkheid. De meeste coöperatiemensen zijn vrijwilligers en geen echte zakenmensen. Die zakelijkheid is nodig om de projecten ook echt gerealiseerd te krijgen. Het is positief dat Solarfields ook beheerder is. Je hebt bij de opzet van het park samen afwegingen gemaakt waarvan je ook gezamenlijk de consequenties draagt. Uiteindelijk moet een park goed ingericht zijn, geen overlast veroorzaken én meerwaarde leveren voor de omgeving. Ik denk dat we hier iets goeds kunnen maken waar we trots op kunnen zijn.”