Geen SDE voor duurzame projecten?

22 september 2020

Wij maken ons zorgen over de komende SDE-ronde. Zoals het nu lijkt loopt een enorme hoeveelheid duurzame projecten namelijk gevaar. Door CCS moeten ready-to-build projecten van zon op dak, water en grond minstens een jaar tot de volgende SDE ronde wachten. Dit terwijl wij juist nú stappen moeten zetten. Waarom dit zo belangrijk is? Wij leggen het hieronder uitgebreid uit.

Carbon Capture and Storage (CCS)

Na enige analyse en een rondgang denken we dat het leeuwendeel -of al het budget- van de aankomende SDE ronde naar Carbon Capture and Storage (CCS) zal gaan. Bij CCS wordt CO2 bij industriële ‘schoorstenen’ afgevangen en in lege gasvelden onder de zee gestopt. In het Klimaatakkoord staat dat industrie tot €550 miljoen per jaar uit de SDE-subsidie mag claimen. Echter, die €550 miljoen zijn de kasuitgaven per jaar. Een CCS project krijgt een subsidiebeschikking van 15 jaar, dus er is €550 miljoen*15 = €8,25 miljard aan CCS te beschikken voor/tot 2030. Daar is niets mis mee en wij zijn ook niet tegen CCS, maar in theorie is het mogelijk dat, ondanks afspraken in het Klimaatakkoord, die volledige CCS-capaciteit in anderhalve SDE-ronde zal worden vergeven. Dat dreigt volgens onze informatie nu te gebeuren en daar zit onze nadrukkelijke zorg met het oog op duurzaam groen herstel na de coronacrisis. 

De technieken achter CCS, zoals zon-PV, kunnen op breed maatschappelijk draagvlak rekenen. Door CCS zullen ready-to-build projecten van zon op dak, water en grond minstens een jaar tot de volgende SDE ronde moeten wachten. Deze projecten kunnen snel worden gerealiseerd, ook in krimpregio’s en daar waar de coronacrisis het hardst heeft toegeslagen. Daarmee voorzien we in regionale en lokale investeringen en werkgelegenheid. Tegelijkertijd weten we pas over 5 jaar of CCS een verstandige keuze was. De aanstaande realiteit met CCS komt de uitvoering van het Klimaatakkoord, en de maatschappelijke steun daarvoor, niet ten goede.

Klimaatakkoord

In het Klimaatakkoord staat op pagina 89 helder geschreven dat: “Hierbij moet er wel voor worden gewaakt dat CCS andere aantoonbare kosteneffectieve alternatieve transitietechnieken niet belemmert. Er moet dus een balans worden gevonden tussen het voorkomen van verdringing van schone technieken en het benutten van het reductiepotentieel dat CCS biedt voor het behalen van de reductiedoelstellingen.” In de huidige systematiek is deze balans geheel afwezig. Wij zien daarom dat zeven grote industriële partijen hét duurzaamheidssubsidiestelsel van Nederland, betaalt door huishoudens en bedrijven via de Opslag Duurzame Energie (ODE), voor een jaar opeisen en dakeigenaren door heel Nederland niet aan de beurt komen. Sommige van deze partijen betalen niet eens ODE. Dat kan niet de bedoeling zijn.

SDE++ in gevaar

Mogelijke oplossingen

Er zijn meerdere oplossingen mogelijk. Het ministerie van EZK zou CCS, vanwege de noodzaak van duurzaam herstel, voor de aankomende ronde SDE 2020 nog kunnen uitsluiten en stelt voor CCS een aparte maar vergelijkbare subsidie in zodat CCS-projecten niet een heel jaar hoeven te wachten. Maar stel in ieder geval een ‘schot’ voor CCS in de SDE++ in om ruimte te laten voor technieken met draagvlak en om zo steun voor het Klimaatakkoord te bewaren. Ook zou het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) de ketenemissies van CCS in de SDE-ranking moeten verwerken. Het PBL berekent voor het bepalen van het SDE-bedrag niet mee dat methaan, een potent broeikasgas, bij de winning en transport van Russisch gas ontsnapt. Het verwerken van deze directe ketenemissies zou het gelijke speelveld tussen vele technieken in de SDE++ systematiek borgen. Hieronder ziet u het grote effect van die ketenemissies: 

Tot slot kan het SDE budget van de aankomende rondes worden verhoogd, bijvoorbeeld met de €680 miljoen die met Prinsjesdag vanuit de SDE naar algemene middelen is gesluisd, om duurzaam herstel in Nederland een extra impuls te geven.